André POBÉ werd geboren in de omgeving van Brussel in 1945, en heeft gestudeerd bij de "Académie des Beaux Arts" in Mons (Bergen), onder de leiding van de schilder Gustave CAMUS,  met volgende professoren : Edmond DUBRUNFAUT,  Gabriel BELGEONNE,  Gustave MARCHOUL, André HUPET en Zéphyr BUSINE. Hij was er in het bijzijn van de MAKA Groep,  Charles SZYMKOWICZ,  Daniel PELLETTI, Christian LEROY en Yvon VANDYCKE...
Hij begon als graficus,  en orienteerde later zijn loopbaan definitief naar de schilderkunst.  Sedert meer dan 30 jaar,  neemt hij deel aan talrijke tentoonstellingen,  vooral in België.
Met André POBÉ dringen wij een transcendente wereld binnen.  De werkelijkheid lijkt opgebouwd te worden vanaf de chaos.  Zijn doeken worden geschilderd volgens zijn geestestoestand.  Zijn blik valt overal,  zijn gedachten koken.  Als een alchimist,  tovert hij de werkelijkheid om door in een parallelle wereld te duiken,  daar waar de tijd stopt,  daar waar de waarden hun zuiverheid terugvinden.

Langs zijn ingewijde weg,  hebben zijn werken de stormen weergeven die hij doorging,  de kalme morgenstonden die hem tot rust brachten.  Zijn onderzoek is inwendig maar leidt hem zonder twijfel naar Buiten,  naar de Andere, naar de Sereniteit.  Zijn schilderkunst toont zijn onderzoek aan naar het Licht.  Altijd,  gaat hij vooruit naar dit doel en zijn droom is er de bron van te kunnen begrijpen,  wat misschien het ONEINDIGE is.  Hij denkt dat hij erbij nadert en zodra hij het wil grijpen,  verdwijnt het geleidelijk en blijft er slechts een leegte over.  En het is misschien DAAR dat alles geschapen wordt.

In ieder doek,  voelen wij zijn drift,  zijn behoefte om tot het einde te gaan,  het einde van de weg, (het einde van de eeuwigheid?).  Het enigma is altijd daar.
Aan ons om te raden wat hij ons wil doen verstaan,  waar hij ons wil meenemen.  Zijn katten  (maar zijn het katten,   zijn het vrouwen?)  kijken ons aan met en onvermijdelijke blik.  Onderzoekers?  Inwijders?  Zij duiken in ons,  op zoek naar onze eigen antwoorden.
Na een periode rond een mysterieus Venetië, met zowel aantrekkelijke als angstwekkende masken, draait André Pobé zich naar iets essentieels voor hem : het Licht. In dat streven, in deze onophoudende vervolging, klaart hij zich af, ontdoet hij zich van al de voorwerpen die het aandacht van dat Licht zouden kunnen afwenden. Men voelt zich onvermijdelijk aangetrokken door deze recente werken, omringd door heilzame lichtdeeltjes.